Rainy Day, 2011, computertekening

Grijze dag
Je hebt vaak van die herfstdagen dat het licht zwaar blijkt te zijn.
De regen geeft de duisternis een kus op de kaken. Je oogholten
kunnen het licht niet echt vinden, er hangt dof ijzer voor.
In die dagen schilferen de misbaksels buiten. Als bleke broden kwa-
men ze ‘s morgens nog uit hun lakens, zetten zich slap in het zadel
om iets te gaan doen. Dat iets werd snel niets, want deze misbaksels
kunnen niet bakken, zij lossen op in de aanhoudende motregen.
Daarna zijn alle praatjes en smoesjes over om plaats te maken voor
een roze belofte. In de kinderlijkste kleuren, tussen alle kieren en
speten groeit al het schoons op de verse kluiten wat je alleen met
rozenogen kunt bekijken.
Is het wel goed met je, hoor ik je nu zeggen.
Jazeker, ik staar in het water, terwijl mijn tanden schudden. Kalk en
azijn voeren kennelijk een strijd. Aan de andere kant voel ik me niet
ongelukkig, ik zit met gemak met mijn kartonnen rug tegen de war-
me cv, om maar iets te noemen.
Nee, mij hoor je niet klagen, iedereen zou trouwens eens op moeten
houden met dat zuchten en klagen, daar zou de wereld een stuk lich-
ter van worden. Misschien versnippert de nattigheid zich dan om te
verkleinen tot een groot niets en stopt de regen uiteindelijk.
Mijn toereikende grond kan niet worden afgeplakt, het is te groot.
ik ben niet gekooid. Sterren stralen eigenlijk alleen voor mij.
Als ik loop stuift het zuiver zand uit ontzag regelrecht de grot in.
Mijn weg is altijd vrij.
De regen is overigens al lang gestopt zie ik nu.
We liepen onze wegen, 1996-2011, computertekening

Rare ontmoeting
Die dag begon hij rond te slobberen, het leek hem leuk. Vooral de
verbaasde reacties van anderen deed hem goed. Als hij vlak voor
iemand stond deed hij met een grote zwaai zijn jas open en zei:
kijk, de werkelijkheid kent geen schaarste om snel te vervolgen
met gulzig is mijn zichtbaar zwijn. Men deinde vol ontzag terug.
Ware schoonheid liegt niet.
De slobberatleet, driedubbel bemand en goed geschoren, genoot
van hun schrikreactie. Tot de nederlaag van het avondrood bleef
de stakker zich herhalen. Floeps jasje open, floeps jasje dicht.
Steeds bleker werd hij door zijn afdekking, totdat hij zo wit was
als een pasgeborene. Albinowit is kwetsbaar.
Ik ben slechts vluchtig aanwezig wilde hij ook nog wel eens zeggen.
Dat gold niet voor zijn zwijn, zijn bezem, nee zijn plumeau, die
moest regelmatig luchten, die moest het schaamrood op andermans
kaken brengen. Het stralend laten schrikken was zijn grootste ding.
Kortom de slobberjak woonde in zijn eigen verwaande nut en
wenste dat zijn kwaal nooit over zou gaan. Eerlijk gezegd hoopte
hij nog eens een maagd te zien wegsmelten om hem te bevrijden.
Dan pas zou hij echt gelukkig zijn en voor altijd verdwijnen.
Sterven in een geopende jas, daar hunkerde hij naar.
Achter de kleur, 2011, computertekening

Iets anders
Die niet en die niet en die ook niet. Eh…
Het is een meeslepende melodie van lange en brede kleuren. Een
soort eb en vloed. Als solozang je niet meer behaagt komt er van-
zelf een nieuwe harmonie. Tussen degene die lijdt en kastijdt leeft
het klakkeloze gokje. Die schommelt in een grote wiebelwaagschaal
vol dolle woorden.
Pak maar wat je nodig hebt.
Met wat geduld heb je zo een nieuwe melodie. Een krekel of nachte-
gaal zou barsten van wilde jaloezie. Mensen kunnen veel als ze het
toestaan. Van het onmogelijke mag je nooit iets, daar moet je maar
niet naar luisteren, het zijn je verkeerde ouders.
Toen ik laatst in het tijdverdrijf van de nacht was gaan dansen,
dacht ik daaraan. Platte voeten willen ook wel eens swingen. Als
charismatische rebel ben je dat verplicht, anders gaan de maden
zich alvast oprekken. Tijdens dat dansen verstomden de molmige
mummies en wankelden lawaaierig naar de grond. Ik schrok wakker.
Hoe dan ook, een beetje kleur, een elfendans uit pigment, kan geen
kwaad. Ik moet zeggen dat alles, maar dan ook alles, wat grijs en
grauw is kleur verdiend. Die kwijtschelding geeft een mooie erfenis.
Er is veel zelfvoldoening bij het kleurvoltooien, dat spreekt voor zich,
daar hoef je niet voor te studeren.
Nog een vingerwijzing:
Maak er geen rompslomp van, ruim de vloekende draken op, anders
krijg je een kluwen zonder eind. Rol alles af, ruim alles op.
Doe daarna de deur achter je op slot en besluit hem voortaan altijd
dicht te houden. Geef de grijzen geen kans.
